maandag 5 maart 2012

Smetvrees

Meteen maar een nieuw blog, want als ik inspiratie heb kan ik dat er beter uit gooien dan te wachten tot ik geen 'schrijflust' meer heb. In mijn vorige blog ('hondenliefde') schreef ik over mensen met een afkeer van dieren, of zelfs van het 'dierlijke' in zichzelf. In dit blog wil ik daar verder op ingaan.

Iedereen kent wel iemand met smetvrees. Zo iemand die bang is om een beetje vies te worden. Op voorhand wil ik overigens niet hebben over mensen met allergieën, of zij die om wat voor reden dan ook gedwongen zijn om extra hygiënisch te leven. Laat dat duidelijk zijn. Enfin, smetvrees. Dieren zijn maar vies, en kinderen eigenlijk ook, andere mensen zijn soms vies en de natuur al helemaal. Als ik eerlijk ben zie ik smetvrees als een vorm van zelfontkenning. Dat zal ik uitleggen.

Of de mens nu een dier is of niet (de heren theologen zijn er nog niet over uit), iedereen zal het met me eens zijn dat de mens bepaalde dierlijke gewoontes vertoont. Het gaat hier om de primaire dingen: eten, drinken, ontlasten, slapen, seks. Allemaal dingen die een beetje 'aards' zijn. Hoe ontwikkeld we ook zijn, hoe ingewikkeld we dingen ook hebben gemaakt, die aardse dingen zijn en blijven onderdeel van ons. Ik denk dat als we ons verzetten tegen 'vieze' dingen, we ons uiteindelijk verzetten tegen een deel van onszelf. En dat deel van onszelf kunnen we beter omarmen. Het is niet erg, om met een hond te stoeien, om met je vingers in de modder te zitten, om eens lekker te zweten. Beter dat dan je perfect ingerichte huisje rein te houden met vochtige geurdoekjes.

Hygiëne is een mooi iets, hoewel nog niet zo oud. Pas de laatste twee eeuwen zijn we er echt mee bezig. Het heeft ons veel geholpen in de bestrijding van dodelijke ziektes, in het verlengen en verbeteren van het leven en de kwaliteit daarvan. Dat neemt niet weg dat we niet moeten doorslaan. De mens heeft een stukje aardsheid in zich, dat hoort zo en dat moet zo blijven. Het is zelfs gezond voor je; probeer je antisysteem maar eens op peil te houden in een steriele omgeving. Kortom, durf vies te zijn. Een beetje vies is best wel lekker.

Hondenliefde

Hondenliefde. Niet een woord dat ik snel in de mond zal nemen. Ik heb een hekel aan honden. Ze zijn agressief, ze stinken, ze blaffen… als ik een hond tegenkom ga ik er liever met een boog omheen. En honden merken dat. Als je onzeker bent, of bang, reageert een hond daar des te meer op. Reden voor mij om bij die beesten uit de buurt te blijven.

Dat is niet altijd zo geweest. Ik houd wel van dieren. Je hebt ook mensen die helemaal niet van dieren houden. Dieren zijn maar vies en hun omgeving moet smetteloos zijn. Soms denk ik dat deze mensen ook niet houden van het ‘dierlijke’ in zichzelf; eten en drinken, poepen en plassen, onwelriekende geurtjes… maar zo ben ik niet. Ik heb dan zelf ook een kat. Heerlijk, zo’n beestje. Een beetje eigenzinnig, maar soms ook een ‘little ball of fur’. Maar honden, nee bedankt. Honden zijn smerig; een kat likt zich tenminste nog schoon.

Mijn angst en afkeer van honden komt voort uit een jeugdtrauma, moet ik bekennen. De ouders van vriendjes van mij hadden ooit een hondje opgenomen dat vals was. Op een mooie zomerdag kwam ik de tuin binnen, en de eerste die mij verwelkomde was het hondje. Ik boog mij om het hondje te aaien, en *hap* deed het mormel, in mijn gezicht. Het volgende bewuste moment lag ik uit te bloeden in de gootsteen. De fysieke schade viel gelukkig mee, de geestelijke schade bleef achter. Sindsdien vertrouwde ik geen hond meer.

Tot onlangs een nieuw persoon in mijn leven kwam: Jouke. Jouke is een simpele jongen, hij heeft aan weinig genoeg. Hij kijkt je zielig aan tot je hem aandacht geeft. Stil genieten zal hij dan, terwijl zijn staart heen en weer kwispelt. In het begin was ik nog een beetje vreesachtig. Het was een groot beest, met een bek vol tanden. Maar inmiddels heeft Jouke mijn hart veroverd. Zijn simpele genoegens, zijn nieuwsgierigheid, zijn levenslust. Ik durf mezelf nog niet genezen te verklaren van de angst voor honden, en bij andere honden zal ik nog terughoudend zijn. Maar Jouke heeft wel bereikt dat genezing nu een optie is, en dat ik ooit met honden zal stoeien. Hondenliefde, wie had dat gedacht?

donderdag 12 mei 2011

Panda pindakaas

U kent dit product vast wel, een trouwe aanwezige in de Aldi-schappen. Gewoon een stevige pot pindakaas, niet meer niet minder. Welk kind is er niet mee opgegroeid? Hele generaties kranige Hollanders door een dagelijkse boterham met smeuïge pindakaas. Er is zelfs een Hyves voor: http://pandapindakaasistop.hyves.nl/

Panda Pindakaas... geniaal gevonden, als je er even over nadenkt. Panda, pinda. Klinkt lekker. Maar wat is nou het verband tussen een panda en pindakaas? Op de pot zelf vinden we geen verder verband, geen lachende panda's die pindakaas op hun bamboe smeren. Ook de ingrediënten suggereren niet de aanwezigheid van enig product afkomstig van de verwerking van panda's. Toch blijft er iets lugubers aan dit goedje... 'Panda pindakaas, extra smeuïg'. 'Panda pindakaas, nu met stukjes panda'. Uh, pinda.

woensdag 23 februari 2011

Paradigmastrijd

Laatst weer eens een discussie gehad over de 'paradigmastrijd'. Dat zou dan de strijd zijn tussen 'De mens schiep God' en 'God schiep de mens', het één een uiting van atheïstische of agnostische interesse in religie en het tweede een uiting van theïsme. De eerste houding zal overtuigde theïsten tegen de borst stuiten, maar heeft wel degelijk interessante en ook goede punten. Want religiegeschiedenis is ook de geschiedenis van hoe de mens met God omgaat en zijn leven vormgeeft. In principe zit er dan geen God achter het godsbeeld, en gaat het vooral om hoe de mens zijn wereld vormgeeft, onder meer door religie. Dit perspectief gaat dus ook op als God wel bestaat, immers als we uitgaan van de christelijke traditie heeft God zich geopenbaard in de geschiedenis en in ultieme zin in de Persoon van Jezus Christus. In die geschiedenis van Gods omgang met mensen zijn bepaalde patronen te ontdekken en bepaalde denkkaders waarbinnen gewerkt wordt, en die zijn wel degelijk van belang.

Op de inhoud van die denkkaders wil ik nu niet ingaan. Probleem in het onderzoek van religie wordt het onderzoek naar het 'nut' van religie of naar redenen om te geloven. Nu worden daar vaak positieve dingen over gezegd zoals: religie geeft een doel in het leven, het werkt samenbindend etc. Problematisch daarbij is dat men vanuit het ene paradigma (God is er niet en mensen hebben Hem gemaakt) het andere probeert te verklaren. Moeten er redenen zijn om te geloven dan God zelf? Dat is misschien een rare vraag, en voor een niet-theïst wat ongrijpbaar. Maar daar zit 'm nu juist de crux. Van mij mag je best vanuit het ene paradigma het andere proberen te verklaren maar wees dan wel bewust van je eigen paradigma, en dat dat evengoed gestoeld is op axioma's en niet 'de waarheid'. Gun de mensen van het andere paradigma (theïsten) dan ook de ruimte om hun eigen mogelijke redenen voor het geloven te formuleren, of durf, als er geen 'redenen' zijn, dat te accepteren.

Mijn twee centen.

donderdag 23 september 2010

De wereld van vóór 1348.

Kunnen wij, 21ste-eeuwse Westerlingen, ons nog wel inleven in onze voorouders van vóór de Zwarte Dood?

Ten eerste staan de zogenaamde Middeleeuwen al ver van de gemiddelde moderne mens af. Een samenleving, doordrenkt van geloof en religie is voor ons moeilijk voor te stellen. De wereld om ons heen is misschien nog niet voor 100% geseculariseerd, maar ons denken waarschijnlijk wel. Ook de Christenen van nu, ondanks protesten van de Vijfhoek en misschien hun eigen verlangen, staan ver af van hun broeders en zusters in de ME, en zeker van die van vóór de Zwarte Dood. Het kan raadzaam zijn Huizinga te lezen om een idee te krijgen van de late ME, maar ik vrees dat het ons niet zal lukken onze verre voorouders te bereiken.

Ten tweede, ik zie de Zwarte Dood als een soort waterscheiding. Het is zo dat uit mijn onderzoek eind vorig jaar bleek dat er wel degelijk processen waren die gewoon doorgingen. Alleen is de samenleving na 1348-51 enorm veranderd. Alleen al demografisch gezien, dat ca. 33% van de bevolking van Europa stierf. Dit heeft een enorme impact gehad, op allerlei processen die misschien al gaande waren, maar door deze 'positive check' versterkt werden: de landbouw, urbanisatie, arbeidsverhoudingen etc. Daarbij het gegeven dat de bevolking van Europa zich met een zeer traag tempo weer vermeerderd heeft. Sommige gebieden haalden pas eeuwen later weer het bevolkingsaantal dat men vóór de zich opvolgende pest-epidemieën heeft gehad. Het is eigenlijk amper voor te stellen hoe compleet anders dit is.

Even zeer hypothetisch zou je je kunnen afvragen of de ingreep van de Zwarte Dood ook niet één van de triggers is geweest voor maatschappelijke verandering en de Renaissance. in principe staan beiden los van elkaar maar het valt me wel op dat juist in de periode rond 1350 de eerste 'nieuwe denkers' zich melden. Dit kan te maken hebben met een hernieuwd klimaat, meer (economische) vrijheid en een verminderde invloed van de Kerk.

Maar dan de Zwarte Dood als 'straffe Gods' en oproep tot penitentie? Dit heeft inderdaad in de ene hand de devotie onder de 'gewone' bevolking versterkt. Daarnaast echter ontstonden er ook juist lekenbewegingen buiten (het gezag van) de Kerk om. Ook faalde de Kerk om soelaas te bieden. De decadentie van de kerkelijke top was al meer zichtbaar, en tot overmaat van ramp vond juist in de tweede helft van de veertiende eeuw het Westers Schisma plaats. Eenduidige oorzaken zijn natuurlijk niet aan te wijzen, maar ik denk wel dat deze factoren de vroege Renaissance bevorderd hebben: afkeer van de scholastiek, het lezen van de Antieken en bestudering van het klassieke Latijn, de klassieke politiek en filosofie - naast het teruggrijpen op de Antieken en het verwerpen van 'de Middeleeuwen' wijst dit op een zekere afkeer van de Kerk.

Wij, als filosofische producten van Renaissance en Verlichting, kunnen de mens van vóór 1348 eigenlijk niet meer begrijpen. Zowel geestelijk, als in ervaring. Leven wij niet in een 'gehygiëniseerde' samenleving? In de ME lag de dood om de hoek, en ziekte hoorde bij het leven. Maar voor die contrasten wijs ik u wederom door naar Huizinga.

Tot slot, ik ben van mening dat we veel van onze Middeleeuwse voorouders kunnen leren, en dat ook een aardig deel van onze cultuur zijn oorsprong vindt in deze cultuur, ondanks de beijveringen van humanisten en latere denkers. Ik vrees alleen dat onze 'neurale imprint' zodanig veranderd is, dat we deze cultuur enkel bij benadering kunnen benaderen.

Zonde...

zondag 7 februari 2010

Zwarte Dood, kunst en cultuur (2)

Een poos geleden schreef ik over het debat over de invloed van de Zwarte Dood op kunst en cultuur (in Noord-Italië). Inmiddels is het essay afgerond en bekroond met een mooi cijfer. Een korte weergave vindt u hieronder:

In zijn weergave van het debat over de Zwarte Dood gebruikte Binski (1) het boek van Millard Meiss (2). Dit laatste boek heb ik doorgenomen en de reacties erop bekeken. Zoals u misschien al aan de titel hebt gezien was Meiss een kunsthistoricus, evenals Binski overigens. Meiss' theorie over een veranderde cultuur na de Zwarte Dood is dan ook voor een deel gebaseerd op de analyse van kunstwerken, een gebied dat mij (helaas) onbekend is. Hoewel Binski de verandering in cultuur op treffende wijze beschrijft slaagt hij er niet in meer dan een verwijzing te creëren in de trant van: 'die cultuur moet toch wel z'n invloed op de kunst hebben gehad'. Er is terecht veel kritiek gekomen op zijn stellingname, die wel vernieuwend was maar niet een complete verklaring kon bieden voor de Noord-Italiaanse kunst in de tweede helft van de trecento.

Dit neemt niet weg dat Meiss een treffend beeld weet te schetsen van de cultuur na de Zwarte Dood. Hij beschrijft de impact van een ramp, maar ook ontwikkelingen die versneld werden of opkwamen. Hij beschrijft bijvoorbeeld de rol van de flagellanten en de Fraticelli (een radicale afsplitsing van de Franciscanen) vlak na de ramp. Deze groepen bestonden al langer vóór 1348 (de flagellanten werden in 1351 verboden) maar werden in de chaos na de ramp actiever. Dat wil zeggen, de cultuur veranderde niet dusdanig dat er 'nieuwe' elementen ontstonden, maar eerder een intensivering van een al aanwezige cultuur. Daarnaast schetst Meiss de rol van enkele invloedrijke personen, om het indringender religieus besef te schetsen. Onder leiding van mensen als Sint Catharina en Beato Giovanni Colombini ontstonden er devote bewegingen buiten de kaders van de kerk om. Dit duidt op een zich verbredend en verdiepend religieus besef onder de burgerstand - terwijl de kerk had afgedaan.


Uitstapje: de afkeer van Colombini van de gevestigde kaders van de kerk, het afwijzen van de priester als middelaar, het zingen van eigen nieuwe gezangen, de hernieuwde aandacht voor de Heilige Geest: het duidt allemaal op een opwekkingsbeweging. Hoewel ik weinig van de beweging van Colombini afweet, vond ik dit een interessante opvallendheid. Daarnaast is het aardig logisch: na een gebeurtenis of omstandigheid waar de kerk geen bevredigend antwoord lijkt te hebben, begeeft men zich buiten de kaders en begint een devote beweging, ongebonden door regels of liturgie.


1. Paul Binski, Medieval death: ritual and representation (Londen 1996).
2. Millard Meiss, Painting in Florence and Siena after the Black Death. The arts, religion, and society in the mid-fourteenth century (Princeton 1951).

maandag 30 november 2009

Broodje bakpao

'Broodje warm vlees, broodje bakpao' krijg ik al een poosje niet meer uit m'n hoofd. De New kids on the block hebben de handen ineengeslagen met 'The Opposites' (twee rapperts) om een kek geinig nummertje neer te zetten. Als we echter een laag dieper naar dit nummer kijken rijst al gauw de vraag waarom The Opposites zich hebben laten lenen voor dit project.

Vooropgesteld, ik ken verder - tenminste, niet bewust - geen muziek van The Opposites en heb daar waarschijnlijk weinig behoefte aan. Men klinkt als de gemiddelde polderrap: traag en slijmerig. Maar waarom lenen deze (zelfbenoemde?) muzikanten zich voor het zingen van 'ik rij door de stad op mijn Vespa Chau-au' en 'leipe mongol wat kijk je nou'? In de clip zien we beelden van NKOTB afgewisseld met rappers in leer en toffe zonnebril. Het lijkt alsof de driedubbeldikke laag zelfspot van de 'New Kids' volledig voorbij gaat aan deze heren, die een overtuigende poging doen te zeggen dat het toch wel heel tof is om door de stad te toeren op een Vespa Chau. Not.

Het antwoord vinden we wellicht in het nummer zelf. Waar men schaamteloos zingt over broodjes bakpao komt de ware aap al even schaamteloos uit de mouw. In het midden van het nummer komt de volgende frase voorbij: 'Zolang ik knaken maar verdien' (dat schijnt op 'laat m'n vader het niet zien' te rijmen). Aha! De heren laten zich lenen voor het geld. En natuurlijk voor een stukje PR, de New Kids zijn druk bezig bierdrinkend Nederland te veroveren en dit is hun tune. Tja, zolang je vader het maar niet ziet. Ik zie het al voor me: 'jongen, had je nu maar een opleiding gedaan...' 'Ja maar pa, ik verdien vette knaken met het zingen van broodje bakpao...'

P.S. De link voor wie het nog niet heeft gezien: http://www.youtube.com/watch?v=VAiedcpRA9c
P.P.S. Niet te vreten trouwens, dat spul.